Meerwaardebelasting: wat betekent dit voor ondernemers en aandeelhouders?

De geplande meerwaardebelasting op financiële activa heeft een belangrijke impact op ondernemers en aandeelhouders van vennootschappen. Vooral bij participaties in kmo’s of familiebedrijven kan de manier waarop de meerwaarde wordt berekend en gedocumenteerd een groot verschil maken bij een latere verkoop.
Het is daarom belangrijk om tijdig inzicht te krijgen in wie onder de belasting valt, op welke activa ze van toepassing is en hoe de belastbare meerwaarde wordt bepaald. In dit artikel lichten we de belangrijkste aandachtspunten toe voor ondernemers en aandeelhouders.
Wie zal onder deze meerwaardebelasting vallen?
De geplande meerwaardebelasting is van toepassing op:
- Natuurlijke personen met hun woonplaats in België
- Rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting (vzw’s en stichtingen)
Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting worden uitgesloten van de meerwaardebelasting.
Waarop is de meerwaardebelasting van toepassing?
De geplande meerwaardebelasting geldt voor een brede waaier aan financiële beleggingen.
Concreet is de belasting van toepassing op gerealiseerde meerwaarden op onder meer:
- Aandelen (zowel beursgenoteerd als niet-beursgenoteerd)
- Obligaties
- Fondsen
- ETF’s
- Spaar- en beleggingsverzekeringen van tak 21 en tak 23 (Producten die vallen onder tak 26 zijn vrijgesteld van de meerwaardebelasting aangezien deze al belast worden als een roerend inkomen)
- Cryptomunten
- Fysiek goud (andere edelmetalen zoals zilver, platina en palladium worden vrijgesteld van de meerwaardebelasting)
- Vreemde Valuta
Het tarief dat aan deze meerwaardebelasting werd gegeven is 10% op de gerealiseerde meerwaarde en dit in het kader van een normaal beheer van het privévermogen. Indien er gesproken wordt van speculatie wordt de meerwaarde zoals vroeger nog steeds belast aan 33%.
Hoe zal de meerwaarde nu berekend worden?
De manier waarop de belastbare meerwaarde wordt berekend, hangt af van het moment waarop het financieel product werd aangekocht.
- Voor producten die worden aangekocht na 31/12/2025 is het simpel, de meerwaarde is hier verkoopprijs – aankoopprijs.
- Op producten die worden aangekocht op meerdere verschillende momenten na 31/12/2025 is de FIFO-methode van toepassing wat staat voor First In First Out
- Voor producten die reeds zijn aangekocht voor 31/12/2025 is het iets ingewikkelder, de meerwaarde is hier verkoopprijs – de waarde op 31/12/2025.
Belastingplichtigen krijgen bovendien de mogelijkheid om tot 2031 een hogere historische aankoopprijs te bewijzen. Wanneer deze hoger ligt dan de waarde op 31 december 2025, kan die historische aankoopprijs worden gebruikt bij de berekening. Op die manier blijft de meerwaarde die vóór de invoering van de nieuwe belasting werd opgebouwd, vrijgesteld.
Overigens is er ook een algemene jaarlijkse vrijstelling, deze bedraagt 10.000 euro en kan oplopen tot een maximum van 15.000 euro. Dit komt doordat indien de jaarlijkse vrijstelling 1 jaar niet werd gebruikt deze voor het volgende jaar kan verhoogd worden met 1.000 euro en dit voor een maximum van 5 jaar.
Als de meerwaarde belast wordt, kan dan ook de minderwaarde in aftrek genomen worden?
Minderwaarde die effectief worden gerealiseerd kunnen in datzelfde jaar in aftrek genomen van de gerealiseerde meerwaarde. Deze minderwaarde wordt op volgende manier berekend: de waarde van het product op 31/12/2025 – de verkoopprijs. Historische minderwaarde gaan verloren.
Ook indien er in een jaar geen meerwaarde gerealiseerd werden gaan de minderwaarde verloren aangezien deze niet overdraagbaar zijn naar het volgende jaar.
Hoe wordt deze belasting ingehouden:
De inning van de nieuwe meerwaardebelasting kan op twee manieren gebeuren. Beleggers kunnen kiezen tussen een automatische inhouding aan de bron of een aangifte via de personenbelasting.
- Opt-in: De 10% meerwaarde belasting wordt automatisch ingehouden aan de bron bij elke transactie en dit via de methode waarde 31/12/2025 – verkoopprijs.
- Opt-out: U zal zelf de meerwaarde moeten aangeven in de aangifte personenbelasting.
Via de aangifte personenbelasting dient ook de vrijstelling van 10.000 euro toegepast te worden alsook de verrekening met eventuele minderwaarde.
Bijzonder regime op de meerwaardebelasting voor personen met een aanmerkelijk belang in een onderneming:
Er is sprake van een aanmerkelijk belang zodra er 20% van de aandelen van een vennootschap in bezit zijn.
Er is een vrijstelling op het eerste miljoen aan gerealiseerde meerwaarde
Alles hierboven wordt belast aan een progressief tarief:
- 1,25 % voor de meerwaarde tussen 1 miljoen en 2,5 miljoen euro.
- 2,50% voor de meerwaarde tussen 2,5 miljoen en 5 miljoen euro.
- 5% voor de meerwaarde tussen 5 miljoen en 10 miljoen euro.
- 10% voor de meerwaarde boven de 10 miljoen euro.
Wat bij erven en schenken?
Erfenissen en schenkingen gelden niet als transacties die aanleiding geven tot een meerwaardebelasting. Toch kunnen ze een rol spelen bij een latere verkoop.
Bij een overlijden wordt erfbelasting betaald op de nalatenschap, maar geen meerwaardetaks. Verkoopt de erfgenaam de effecten later, dan wordt voor de aankoopkoers gekeken naar het moment van de aankoop. De meerwaarde die daarna is opgebouwd, wordt in rekening gebracht. Uiteraard geldt ook hier 31 december 2025 als datum voor de vroegste aankoopwaarde en kan een hogere aankoopwaarde vóór die datum ingeroepen worden als die kan worden aangetoond.
Bij een overlijden wordt erfbelasting betaald op de nalatenschap, maar geen meerwaardetaks. Verkoopt de erfgenaam de effecten later, dan wordt voor de aankoopkoers gekeken naar het moment van de aankoop.
Voor schenkingen geldt hetzelfde principe: de oorspronkelijke aanschafwaarde blijft van toepassing. Ook hier geldt 31 december 2025 als vroegste startdatum.
Zorg dus dat de waarde van geschonken of geërfde effecten op die datum correct wordt vastgelegd én goed gedocumenteerd. In de wet staat namelijk dat als de verkoper geen bewijs kan voorleggen van de aankoopwaarde (of van de waarde op 31 december 2025), de fiscus automatisch 0 als aankoopwaarde hanteert, waardoor de volledige waarde als meerwaarde wordt belast.
Hoe wordt de meerwaarde op niet beursgenoteerde bedrijven berekend?
De waarde wordt hier ook berekend met een “foto” die wordt genomen op 31/12/2025 en dit op basis van de volgende 3 manieren waarvan u best de hoogste waarde uitkiest:
- De waarde bij een verkoop tussen onafhankelijke partijen of bij oprichting of kapitaalverhoging van de vennootschap die plaatsvond tussen 01/01/2025 en 31/12/2025.
- De waarde die het resultaat is van de toepassing van een waarderingsformule vastgesteld in een contract of in een contractueel aanbod van verkoopoptie met betrekking tot deze financiële activa dat in werking is op 1 januari 2026.
- Het eigen vermogen verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan vier keer de EBITDA van het laatste boekjaar afgesloten voor 1 januari 2026.
Als een van bovenstaande methodes wordt gebruikt zal dit altijd aanvaard worden door de fiscus.
Rol van de onafhankelijke, gecertificeerde accountant in het waarderingsproces
Als alternatief voor de bovenstaande methodes kan de waardering ook worden uitgevoerd door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijke, gecertificeerde accountant. Deze waardering moet uiterlijk tegen 31 december 2027 gebeuren.
De forfaitaire methode uit de ontwerptekst — waarbij de waarde wordt bepaald op basis van het eigen vermogen vermeerderd met vier keer de EBITDA — is in veel gevallen te simplistisch. Deze aanpak houdt onvoldoende rekening met de specifieke kenmerken en waardedrijvers van een onderneming en kan daardoor leiden tot een vertekende waardering en een mogelijk onjuiste fiscale basis.
Hoewel waarde en prijs vaak als hetzelfde worden beschouwd, is er in werkelijkheid een belangrijk verschil. Waarde is een theoretische inschatting op basis van waarderingsmethodes en aannames, die bovendien per partij kunnen verschillen. Prijs daarentegen is het resultaat van onderhandelingen: het bedrag dat een koper bereid is te betalen en een verkoper bereid is te aanvaarden. Factoren zoals strategische opportuniteiten, synergievoordelen of concurrentie tussen kandidaat-kopers kunnen ervoor zorgen dat de prijs afwijkt van de berekende waarde.
Voor niet-beursgenoteerde financiële vaste activa, zoals participaties in vennootschappen of kmo’s, is het sterk aan te raden om bij de inwerkingtreding van de wet een objectieve start- of referentiewaarde te laten bepalen. Deze waarde vormt het uitgangspunt voor de berekening van de meerwaardebelasting bij een latere verkoop.
Meesters Accountants kan u hierbij begeleiden, onder meer bij het bepalen van een onderbouwde waardering en het correct documenteren van deze referentiewaarde, zodat u later over een solide fiscale basis beschikt.
Volgende stap
Wil u weten wat deze nieuwe meerwaardebelasting concreet betekent voor uw situatie als ondernemer of aandeelhouder?
Neem contact op via www.meesters.be of ontdek hoe u optimaal uw onderneming opricht via www.ondernemingoprichten.be.
Nieuws voor elke ondernemer
De nieuwe meerwaardebelasting komt eraan en zal een directe impact hebben op hoe ondernemers en aandeelhouders hun vermogen structureren en verkopen. Wie vandaag geen actie onderneemt, riskeert later onnodig belasting te betalen op opgebouwde meerwaarden.
Vanaf 2026 wijzigen de regels rond dividenduitkeringen. Vooral het VVPR-bis-stelsel wordt aangepast. In dit artikel ontdek je welke systemen vandaag bestaan, wat er concreet verandert en hoe je strategisch de juiste keuze maakt voor jouw vennootschap.
Vanaf 1 maart 2026 treden verschillende btw-wijzigingen in werking die een duidelijke impact hebben op de horeca, hotelsector, vrijetijdsbesteding en recreatie. Voor ondernemers in deze sectoren is het belangrijk om tijdig de juiste aanpassingen door te voeren in prijzen, kassasystemen en facturatie.
Klaar voor de revolutie?
Meesters accountants biedt haar cliënten gerichte begeleiding om uw onderneming optimaal voor te bereiden op de nieuwe regelgeving. Neem gerust contact met ons op.


